Deze uitspraak die ongeveer in deze trant in de bijbel te vinden is, komt van Jezus, of wordt in ieder geval aan hem toegeschreven. Het blijkt voor de nodige verwarring te zorgen dat een zo wijs en wellicht empatisch man, ik ga hier voor het moment even niet in op de mogelijke goddelijke natuur, zo boos kan worden en de mensheid bij zijn volgende bezoek zal trakteren op zijn vlijmscherpe zwaard in plaats van zijn liefdevolle hart. Echt, is dat zo vreemd na alles wat hem is aangedaan? Zelf ben ik heel benieuwd of hij ooit wel terug (wil) komen. Wanneer ik mijzelf in zijn plaats probeer voor te stellen, waar ik soms een handje van heb, dan zou ik tegen de wereld zeggen: “zoek het lekker zelf uit”. Dat is waarschijnlijk ook wat er 25 jaar geleden gebeurd is. Met wereld bedoel ik hier natuurlijk het gros van de mensheid, die plaag die er op uit lijkt te zijn de natuur van onze mooie, alles gevende moeder aarde volledig te vernietigen, alsof het zo leuk is om straks op een kluitje op de maan te moeten wonen, of op Mars.
Ik herinner mij dat ik een keer of vier naar een kerk hier in de stad ben geweest rond de eeuwwisseling, niet eens met zijn terugkeer in het achterhoofd, maar meer omdat iemand mij dat voorstelde, nadat ik in een jaar tijd twee keer de King James Bible van voor naar achteren had gelezen, in mijn ogen de mooiste bijbel vertaling ever, afgewisseld met The Divine Comedy geschreven door de Italiaan Alighieri Dante. Beide werken lagen al heel lang te verstoffen in mijn boekenkast als resultaat van een voortijdig afgebroken studie Engels en Algemene Literatuur Wetenschap, waar het vrijwillige doch aangeraden kost was. Kleine maar noodzakelijke uitweiding. Waar het om gaat is dat ik mijn oog na wat onderzoek, nog net in het internet loze tijdperk, had laten vallen op de English Reformed Church, die overigens van origine Schots is. Na de preek was er steevast een koffie moment op een soort zolder achterin een gebouw in de buurt van het enigszins verscholen liggende kerkje. Daar, op die zolder probeerde ik dan contact te krijgen met mijn mede schepselen waarvan ik verwachtte dat het toch een soort zielgenoten zouden zijn. Helaas was dat minder waar en werd ik wederom gezien als een lastige en onaangepaste, lees niet geconditioneerde, onhebbelijke verschijning, ondanks mijn blauwe jasje en witte overhemd. Wat mij wat teleurstelde, maar veel minder dan de jongeren die daar aan de gammele houten tafeltjes zaken met elkaar zaten te doen. Geen geloofszaken maar financiële handelingen en machtsspelletjes. Het is niet vreemd dat ik in deze context moest denken aan de geldwisselaars in de tempel wier tafeltjes omver werden gegooid door een inmiddels woedende Jezus, zo gaat het verhaal. Helaas was dit wel het begin van het einde van zijn zo mooi begonnen aardse geschiedenis. We weten allemaal hoe dit is afgelopen.
Het laatste jaar voel ik mij ook als de man die zijn mede stadgenoten met het zwaard nog enig fatsoen probeert bij te brengen in de hoop hun zielen en de planeet aarde te redden van een voortijdig en tragisch einde. Helaas ziet iedereen mijn laatste poging anders en wordt mijn gedrag niet begrepen en afgekeurd. Hopelijk bereik ik nog iets met het schrijven van deze blog voordat ik de pijp aan Maarten geef.

