Deze ernstige, doch niet besmettelijke aandoening is veelal het gevolg van phobia occidentis idiotae, dat een veel ernstiger en lastiger ongemak is om van te herstellen. Het probleem is veelal dat degene die het virus op het slachtoffer overbrengt zich van de prins geen kwaad weet. Ik gebruik hier opzettelijk slachtoffer, daar de persoon in kwestie in de ogen van de andere een aandoening, afwijking, gebrek of malum heeft dat de patiënt zelf volledig is aan te rekenen, zo ongeveer als wanneer een verstokt roker na twintig jaar longkanker krijgt. Niets is natuurlijk minder waar, maar het kost de lijder wel enige jaren van volharding, verdieping middels literatuur en therapie voor hij in ziet dat hij- of zijzelf niet het probleem is, maar zijn omgeving. Helaas is het kwaad dan meestal al geschied en lijdt de patiënt, die ik verder om begrijpelijke redenen HSP zal noemen aan vergaande, nog nauwelijks te genezen extrema motus accentus et auto-exitium.
Ik pleit dan ook voor vergaande segregatie van deze twee groepen, waarbij de veroorzakers in een stedelijke omgeving worden verzameld en de HSP’s buiten op het platteland in de natuur die zij zo weten te waarderen kunnen revalideren en tot vol wasdom kunnen komen.

