HET RITUEEL VAN DE LENTE

Toen ik vanochtend vroeg de legale, eerder als bootleg uitgebrachte opname van Igor Stravinsky’s geruchtmakende Le Sacre Du Printemps uit 1957 in Parijs, onder leiding van Pierre Monteux afspeelde op mijn platenspeler, kon ik geen idee hebben van wat er zich binnen korte tijd zou gaan afspelen. Onderwijl mij verbazend over de heftigheid van het stuk, geschreven voor ballet, maar vooral ook de schoonheid van de uitvoering en daardoor het onophoudelijke gekraak van de versleten, tweedehands gekochte langspeler, voor lief nam. Het stuk, zo weet ik inmiddels veroorzaakte een gigantische rel in Parijs bij de première op 29 mei 1913, waarbij Pierre Monteux zich genoodzaakt zag de concertzaal via het wc raampje te verlaten, daar hij vreesde gelyncht te worden. Terwijl de meeste ophef in de zaal en later daarbuiten waarschijnlijk is veroorzaakt door de geografie van Nijinski die, niet ten onrechte lijkt mij gezien de muziek, wilder en ruiger met zijn stampende balletdansers in boerenklederdracht, was dan ooit tevoren was aanschouwt door welke Parijzenaar dan ook, inclusief de aanwezige Maurice Ravel die voor vuile jood werd uitgescholden, toen hij aangaf dat hij de muziek door al het tumult niet goed te kunnen horen. So much for fine fleur van het toenmalige Parijs.

Na kant twee van de prachtige lp opgezet te hebben, besloot ik verder te luisteren via de hoofdtelefoon op het balkon, waar het licht begon te worden, en de natuur van de binnentuin te aanschouwen, voordat het bijna dagelijkse concert van cirkelzagen dat sinds 24 jaar de tuin tiranniseert zou beginnen. Er zou zich echter binnen enkele minuten een heel ander ritueel van de lente voltrekken. Het offer, hier toch wel een slachting, dat plaatsvond, was het in de tuin van de overburen werpen van een op dat moment gevonden duivenei onder mijn rieten stoel op het balkon. Een paar jaar geleden heb ik diezelfde twee verantwoordelijke duiven in een bui van misplaatste goedheid als geste van onvoorwaardelijke, door Boeddhistische sympathieën ontwikkelde liefde, toegestaan hun gang te gaan, wat erin resulteerde dat ik drie mooie lente- en zomermaanden niet op mijn balkon kon, terwijl buiten de corona huishield. Daarna was ik goed genoeg om alle duivenpoep te verwijderen, wat mij helaas een blijvend probleem met mijn longen opleverde, terwijl ik één van de weinigen was die niet besmet is geraakt met virus, dat in mijn ogen een wanhopige actie der natuur was. Een pogen van moeder natuur om aandacht te vragen voor en ons bewust te maken van de naturacide waar wij mensen zo bedreven in blijken te zijn. Het is het offer of liever de slachting van flora en fauna.

Dit keer dus niet, en de afgelopen dagen ben ik bezig geweest de twee mormels van mijn balkon te verjagen, maar ook ik moet af en toe rust nemen en slapen, al is het maar een paar uur en dat gaf ze de kans hun broedsel in het kunstgras onder mijn stoel te laten vallen. Zeg nou zelf, er zijn al meer dan genoeg duiven, zo niet veel te veel zelfs in een grote stad als die waarin in ik mijn dagen probeer te slijten. En dat laatste is geen sinecure, eerder een daad van enorm lijden, een verlossing waardig, gezien de ontwikkelingen alhier in de laatste tien, vijftien jaar. Onze geliefde en inmiddels verloste burgervader van voor die tijd, leek het een goed plan de oude stadswijken te bevolken met rijke paria’s om de uiteraard cultuurloze minvermogenden te helpen de stad economisch draaiende te houden. Het resultaat is dat mijn woningbouwvereniging, sinds de oplevering in 1932 eigenaar van het onderhavige blok ongeveer negentig procent van de, voor de sociaal zwakkere in onze door geld gedomineerde samenleving gebouwde woninkjes voor veel, heel veel geld verkocht heeft aan door geld en bezit gedreven types, die de kleine woningen met een huur van nog geen vijfhonderd euro, uiteindelijk, na een paar jaar zelfs moesten kopen voor een half miljoen euro per stuk. Goed ondernemerschap denkt u misschien? Helaas diezelfde woningbouw vereniging werd vorig jaar onder financieel toezicht geplaatst wegen financieel wanbeleid. Het zal ze niet helpen dat bijna alle balkons in het flinke woonblok, na een renovatie enkele jaren geleden door een te goedkoop malafide aannemersbedrijf sinds februari vorig jaar niet meer betreden mogen worden. De vijftig euro gederfd woongenot die ik daar uiteindelijk voor kreeg per maand werd door de belastingdienst gezien als een huurverlaging en binnen een week op mijn broodnodige huurtoeslag in mindering gebracht.

Wanneer gaat het gemeentebestuur nu eindelijk eens zinnige dingen doen, zoals een echte visie ontwikkelen ter verhoging van, in ieder geval, mijn woongenot? Door de versmalling van een parallel lopende straat hier vlakbij is mijn, opnieuw en verkeerd geasfalteerde straat nu de uitgangsweg de stad uit waar al die rijke stinkerds met hun veel te grote lawaaierige auto’s dag en nacht gebruik van maken. Het is inmiddels ondoenlijk muziek te luisteren onder een volume van 30 decibel. Toen ik van de week door de wijk naar huis liep zag ik plotseling op een gehavende proletarische brievenbus een gele sticker met de tekst HEROVER DE WIJKEN ONTEIGEN DE RIJKEN met daaronder in kleine letters woonopstand.nl / derodelap. Misschien is dat het lenteoffer dat het gemeente bestuur dit voorjaar zou moeten brengen. Ondertussen ben ik tevergeefs onophoudelijk op zoek naar een oplossing voor mijn totaal verpeste woongenot, want alhoewel ik een heel leuke woning heb, gaat dit zo niet langer! Wie verlost mij uit mij lijden in deze urbane hel en gooit mijn ei over een schutting?